print

Oe 't begon

Oewist? 40 jaar Monnikenheide

Reflecties van een artistiek coördinator in een nieuwe omgeving (Arne Baeck)

Eh, oe wist? Bewust-naïef en mee u?

Toen ik anderhalf jaar geleden de vraag kreeg om de feestvoorstelling met de bewoners van Monnikenheide te maken zei ik al heel snel ‘Ja’.
Wist ik veel waar ik aan begon.
Juist daarom begon ik er aan.
Onbezonnen en naïef.

Eerst eens even op gesprek komen met de bezielers van het theaterproject.
Moet ik dan al met een plan van aanpak komen?
Verwachten ze al een verhaal? Een methode?

Ik kan toch moeilijk op een eerste gesprek vertellen dat ik zelden op voorhand weet wat achteraf goed bleek.
Al heb ik door de jaren heen hiervan mijn kracht weten te maken.

Het is altijd zo dat je achteraf pas alles van te voren weet.
Ik stel me bewust-naïef op.
Open en organisch een repetitieproces instappen.
Als ik met spelers werk, zoek ik altijd naar de kracht, de impulsen en persoonlijkheden die de speler zelf al in zich heeft. Zelden is een speler zich eigenlijk bewust van zijn of haar kwaliteiten. Ik probeer deze impulsen te ontdekken, te gebruiken en te versterken.

Ik ben van mening dat dit een speler veel verder brengt in zijn groeiproces dan het opdringen van een bepaalde methodiek of (spel)techniek.
Voor de bewoners van Monnikenheide is dat net zo.

Het klinkt misschien wat vrijblijvend?
Neen, zo simpel is het uiteraard niet.

Niets komt vanzelf.

Beperkingen… het werken met de mensen met een beperking

Mensen met een beperking, wat is eigenlijk een beperking?

En waarom hebben sommige mensen een beperking en zijn anderen mensen gewoon ‘af’, dus zonder beperking?
Met deze gedachten reed ik naar de eerste vergadering rond het theaterproject.

Ik word gevraagd om een theatervoorstelling te maken. Ok, ik ben een gediplomeerd theatermaker. Fijn dat moet ik dus best voor mekaar krijgen. O ja, ik ben ook een gediplomeerd theaterdocent. Dat wil zeggen dat ik de nodige vakkennis heb rond didactiek. Maar waar sta je met je diploma als je voor mensen met een beperking staat?

Vertrouw op je intuïtie -en dit bleek te kloppen.
Ik heb nog geen duidelijk plan of verhaal, daar kan je op een eerste vergadering niet mee afkomen. Dus begon ik veel vragen te stellen. Wat wordt er van mij verwacht, wat willen jullie in een jubileumvoorstelling graag zien, wie zijn de spelers, wanneer en zo verder en nog veel meer.

Dit bleek de juiste aanpak. Al snel waren we samen de eerste beperkingen voor ons project aan het uitschrijven.

Beperking nummer 1                                                                                   

Er moet begeleidend personeel bij de repetities aanwezig zijn. Ok,  maar niet met hun armen over elkaar aan de kant! Het personeel moet meespelen. Beperking wordt kracht.

Beperking nummer 2

Ik kan mij niet engageren om vanaf september 2012 tot en met het einde van de voorstellingsperiode april 2013 er elke dag te zijn wegens andere voorstellingen. We moeten een stappenplan maken. Stappenplan, plan met stappen van aanpak, klinkt goed.

Ik wil samen met de spelers een stuk bouwen

Er moet een duidelijke structuur zijn. Bepaalde beperkingen zijn noodzakelijk om vrijheid te kunnen creëren. Dat je binnen grenzen geen kunst kan maken is natuurlijk nonsens.

Moet er nog koffie zijn ?

Wat is Monnikenheide eigenlijk? Wie kan dat beter uitleggen dan de oudste bewoners van het domein? We organiseerden daarom enkele malen een koffieklets. Met alles erop en eraan. Koffie, oude bewoners, praatgraag personeel, fotoboeken en cake. Ik herinner mij nog goed dat ieder zo zijn kwaliteiten en interesses had tijdens die eerste bijeenkomsten. De ene praatte, de andere at cake, sommigen deden dit ook tegelijkertijd, wat dan weer eerder ten koste ging van mijn kwaliteit in het luisteren. Tenminste mijn verwoede pogingen om te luisteren en te verstaan. Daar zat ik dan met mijn kopje en stukje cake.

Niet te gereserveerd zijn, Arne, vragen stellen, inspiratie opdoen, informatie halen.
Al kan ik tot op de dag van vandaag moeilijk verwoorden wat de kracht van deze bijeenkomsten juist was, we voelden allemaal het belang ervan.

De eerste steen werd gelegd, de eerst lijnen, hoe vaag dan ook, werden uitgestippeld. De eerste zaadjes met goesting, interesses, spanning,... werden geplant.
De eerste stappen van ons plan gezet.

Aftasten, oe nu verder

Vervolgens gingen we allemaal de zomer in.

Eind augustus zagen we elkaar weer. Ons zaadje had in de zomer kunnen rusten, kreeg wat zon en water, maar nu begint het groeiproces pas echt.

Samen koffie drinken, dat ging al, maar samen toneel spelen, dat bleek nog iets anders te zijn.

We kozen ervoor om workshops te organiseren. Thuis bedacht ik oefeningen en scènes, die ik tijdens de workshops eerst uitlegde, om ze vervolgens à la minute bij te sturen en aan te passen. Dit was het beste zo, we moesten per slot van rekening allemaal een beetje aan elkaar wennen.

De structuur was altijd dezelfde, dat moest ook, zo werd mij verteld.

Geleidelijk aan begin ik tijdens de oefeningen een methode te ontwikkelen, die de basis vormde om verder te ontwikkelen tijdens de latere repetities. Ik ontdekte wanneer ik gehoord werd door de spelers, wie mij wel begreep en wie niet. Ik ondervond wanneer ik de spelers wel begreep en wanneer totaal niet. We vonden een vorm om samen ons ding te kunnen doen. Bovenal ontdekte ik, wanneer ik mijn energie en enthousiasme voluit inzette, ik al de harten van de Monnikenheide-bewoners en personeel voor mij kon winnen. Het respect en de liefde die je onvoorwaardelijk van hen terug krijgt, is onbeschrijfelijk. Tenminste als je zelf bloedeerlijk bent en hen voor 100% au sérieux neemt. De moment dat je hen iets voorliegt, ben je ze onherroepelijk kwijt.
Ik ontdekte, maar kon onmogelijk al realiseren hoe intens dit project ging worden.

Repetitie, oe moet da?

Ik liet Monnikenheide even achter.
In januari kwam ik terug.
Zou ik daartegen al een plan van aanpak moeten hebben?
Verwachten ze al een verhaal? Een methode?

Ik maak een sprongetje naar een eerste (klein) evaluatiemoment tussen Johan en mezelf tijdens de opruim van ons evenement. 

“Johan, zou het niet gemakkelijker geweest zijn als we de spelers hadden ingedeeld op hun niveau, hun kunnen. Dan hadden we evenwichtigere groepen gehad. (dat had mij een hoop werk gespaard...)

Uiteraard niet! Het feit dat we de groepen hebben ingedeeld op beschikbaarheid en niet op spelers kwaliteit of bewoners-beperking-kwaliteit, is de grootste kracht van het hele project. Al heeft mij dit behoorlijk wat krachten gekost. Ik moest de repetities voorbereiden in het Nederlands, het Chinees, het ‘smogs’ en andere gebarentalen.

Ik had geen kant-en-klaar script genomen, geen duidelijk verhaaltje met personages, intriges en situationele FC de Kampioenen-achtige verwarringen noch herkenbare K3-achtige dansjes.

Ik wist vanaf dag 1 hoe de voorstelling er ging uitzien. Ik wist vanaf dag 1 dat ik dat aan niemand kon uitleggen. Dat niemand tot en met het applaus op het einde van de eerste voorstelling echt ging begrijpen wat voor soort voorstelling we eigenlijk aan het maken waren geweest.
Zucht, ik kies niet voor de gemakkelijke weg.

Vanuit de workshops bleek een duidelijke structuur tijdens de repetities noodzakelijk.
Arne Structure Baeck, that’s my middle name, geen probleem zo ver...

Om het klimaat, het kader van een goede repetitie te scheppen, moet ik tegelijk beschermend en stimulerend werken. Ik moet de kansen bieden om de spelers in hun eigen kwaliteiten en ontwikkelingen (sociaal/emotioneel en cognitief) te laten gedijen.

Elke repetitiesessie starten we met een opwarming. We komen allemaal van een vorige activiteit, of het nu bureauwerk was of de groentenverwerking. We moeten eerst loslaten waar we net mee bezig waren voor we kunnen starten met repeteren. We moeten in het nu komen, we moeten samen komen. Ik heb in elke groep sterk aan het groepsgevoel gewerkt. Door een veilig kader te scheppen, waar iedereen vrij was om uit te proberen, te lukken of te falen. Ik had het groepsgevoel als regisseur ook nodig. Ik moest de groep als  geheel kunnen vertrouwen om ze later in het groter geheel te kunnen plaatsen en loslaten.

Na de opwarming begint de werktijd. Een tijd die je wel kan voorbereiden, maar niet bepalen. Als de voorwaarden van werken gecreëerd zijn, moet je in de werktijd als groep kunnen gedijen op de elementen die ik als regisseur aanbreng. Tegelijkertijd moet ik absoluut mezelf opstellen om de signalen van de spelers op te vangen. Ik ga tijdens de repetities op zoek naar waar ieders individuele kwaliteit, voorliefde, veiligheid, of meestal nog mooier, het kleine ongemak ligt.

Als ik deze elementen van de spelers begin door te krijgen, ga ik die vertalen, versterken. Zodanig dat de speler vanuit wat hij of zij zelf aanbiedt, bevestigd wordt en zo zichzelf kan overtreffen. Zo  creëer ik met deze elementen personages. Later pas ik die personages in een verhaal en kan een uiteindelijke scène ontstaan.

Op het einde van iedere repetitie vond steeds een kleine afronding plaats. Een duidelijk gezamenlijk punt zetten, de hoogtepunten, bijzondere gebeurtenissen of individuele spelersontdekkingen overlopen en zo proberen deze elementen vast te grijpen in de hoop dat de spelers deze in de volgende repetities gaan reproduceren en zich eigen maken.

Samengevat, een repetitie bestaat altijd uit een opwarming waar we letterlijk met lijf en hoofd als groep samenkomen. Zo creëren we de voorwaarden om een veilig en creatief ontdekkingsproces in te gaan. We eindigen met de bevestiging van het groeiproces. De volgende week herhalen we dit proces om samen aan de voorstelling te bouwen.

Dit hele gebeuren kan alleen maar plaats vinden als er voldoende tijd is, in dit geval 4 maanden tot de voorstelling. Deze tijd was meer dan noodzakelijk.

Dubbele rol, oe is da?

Mijn opdracht was niet enkel het voorbereiden van en het uitvoeren van de repetities, maar ook het organiseren van het evenement zelf.  Dit bestond uit 7 spelersgroepen, 40 muzikanten, 15 danseressen, een handvol bekende acteurs met hun schrijver, 800 man publiek met torenhoge verwachtingen, een locatie die in oorsprong geen theaterbestemming heeft, een enthousiaste licht- en geluidsman met zijn team, twee vrachtwagens met kilometers kabels, een cultuurfunctionaris die alles voor ons wilde doen maar een hele logge ambtenarij moest meekrijgen, een lange en steeds aangroeiende attributenlijst, de PR-machine en niet te vergeten de sandwiches voor tussen de verschillende voorstellingen.

Hier ontdekte ik de kracht van de samenwerking. Wat een ongelooflijk team zit daar in Monnikenheide.
Vergaderen, duidelijke taken verdelen en uitvoeren.
Hier sta ik duidelijk niet alleen voor.

In de projectdefinitie is mijn  rol omschreven als artistiek verantwoordelijke. Ik heb mijn rol dan opgesplitst in regisseur en evenementmanager.
Als regisseur heb ik het de evenementmanager zo moeilijk mogelijk gemaakt.

De voorstelling ging alleen goed werken als het evenement strak in elkaar zat. Als het evenement goed georganiseerd was, moest ik wel een dijk van een voorstelling maken.

Hoe ga je samen met een heel team een evenement organiseren als je verhaal stap voor stap laat ontstaan vanuit de spelers?
Leg dat elke regisseur uit en hij zal je verstaan.
Leg dat elke evenementorganisator uit en hij zal gillend weglopen.
En toch kunnen beiden niet zonder elkaar.

Dat het verhaal vanuit de spelers moest ontstaan, daar was ik rotsvast van overtuigd.

Maar het evenement moest ook georganiseerd worden en succesvol met voor iedereen op z’n minst een duidelijke houvast. Dus moest er een basisverhaal ontstaan.
Een structuur om met deze beperking om te kunnen gaan.

Een verhaal dat niet te bepalend was voor het verdere repetitieproces, maar duidelijk genoeg voor het evenementteam om aan de slag te kunnen.

Hulde moet ik brengen aan de bezielers van het hele theaterproject om samen met mij elke stap enthousiast mee te zetten, maar toch licht paniekerig niet echt de richting weten waar we naar toe gingen, steeds vertrouwend op een gevoel dat het wel goed zou komen.

Dat het wel goed zou komen…

In de repetities sloop, wellicht niet toevallig bij de spelers ‘zonder’ beperking, een beetje onrust binnen. Wanneer wordt ons verhaal duidelijk? Wat voor personage moet ik nu spelen? Hoe gaat die hele voorstelling er überhaupt uitzien? Al gingen alle spelers samen dezelfde richting uit, niet echt goed beseffende welke stappen we samen aan het zetten waren.

Een mooi voorbeeldje van stappen zetten:
Tijdens een repetitie komt een speler naar me toe: “Vandaag gaat ge toch weer niets veranderen, hé!”. Als je vervolgens antwoordt dat je alleen maar een paar dingetjes gaat verbeteren om het nog mooier te maken, krijg je probleemloos carte blanche om zo veel te veranderen als je maar nodig vindt.

Nog eentje…
Wanneer een speler aan de arm van een begeleider binnen komt, met de woorden “Het zal vandaag nie zo goe gaan, ik voel me wat zwakjes” (net als de repetitie daarvoor en daarvoor,...).  Als je dan antwoordt dat we buiten gaan repeteren en dat de frisse lucht haar deugd zal doen, vervolgens onmiddellijk de daad bij het woord voegt en haar mee naar buiten neemt, hebben we samen de beste repetitie ooit met de persoon in kwestie als de best meewerkende speler.

Het maakt het werken met de mensen van Monnikenheide zo mooi!
Mensen met een beperking, wat is dat eigenlijk een beperking?
Mensen met 1000 mogelijkheden wat mij betreft. 

Het is wel bijna zo ver, oe wist nog mee u?

Nog maar een paar weken en het is zo ver. De stress begint bij iedereen toe te nemen. Ik verander in de rust zelve en roep zo luid mogelijk dat het wel goed zal komen, vertrouw elkaar en de groep waar je inzit. Ik maak mezelf en iedereen wijs dat alle elementjes van onze puzzel als een raderwerk in elkaar gaan passen.

Natuurlijk heb ik ondertussen zeer doordacht de voorstelling geconstrueerd. Maar ik kan alleen in deeltjes repeteren. Op 1 generale repetitie na, heb ik de 7 verschillenden toneelgroepen, de dansers, de fanfare en iedereen eigenlijk nooit op hetzelfde moment bij elkaar gehad. Zelfs op de generale hebben we ons beperkt tot een doorloop in stukken.

Dus nogmaals, geen stress. Geloof en vertrouw in wat je in je eigen groepje moet doen, ik heb het geheel in handen en weet dat alles wel in elkaar zal passen.

Op deze basis moest ik ook alle logistieke medewerkers in dit verhaal meekrijgen.

O ja, dat had ik nog niet verteld, maar er waren wat logistieke medewerkers nodig.

Even een paar maanden terug.

De bezielers van het theaterproject en ik spreken af op de locatie waar het hele gebeuren zal plaats vinden: de kapel van het gemeentehuis van Sint-Antonius Zoersel, een mooie polyvalente ruimte waar vroeger de zusters samen vierden.  Maar vooral heel polyvalent, wat meestal wil zeggen een op en top Belgische compromis. Een zaal waar alle verenigingen van de gemeente hun ding kunnen doen. Zo gebouwd dat het voor alle verenigingen net niet is wat zij optimaal hadden gewenst. Zo ook is de kapel wel voor theater ingericht, maar eigenlijk voor theater net niet optimaal. Dus moet je creatief zijn...

We worden ontvangen door de cultuurfunctionaris van de gemeente. Hij laat ons plichtbewust de kapel zien en met veel “oe” en “aahs”  bekijken wij de ruimte en delen hem mee dat deze ideaal is... voor onze grote finale. Iets wat verwarde blik bij die lieve man van de gemeente. “Grote Finale? En de rest?” Alle blikken kruisen elkaar, niemand weet hoe dit aan te pakken. Dan maar alle blikken mijn richting uit, ik mag het gaan uitleggen.

“Wel, beste man van de gemeentelijke dienst voor cultuur, het zal als volgt gebeuren:

ik ga u iets uitleggen, u geeft ons vervolgens een vinger in de vorm van een kapel en wij nemen daarna niet alleen je hele hand, maar gaan er ook vandoor met je hele arm in de vorm van het volledige gemeentehuis en je gaat het daarna ook nog geweldig vinden.  Maar als wij na dit gesprek blij naar huis gaan, omdat wij alles gekregen hebben, gaat u zich achter uw oor krabben en denken hoe ga ik dit nu weer in godsnaam aan het schepencollege verkocht krijgen?”

Zo gezegd, zo gedaan. Ik leg uit dat wij op verschillende locaties in en rond het gemeentehuis verschillende scènes willen spelen en dat het publiek verdeeld wordt in groepen, met een gids van scène naar scène gaan wandelen om dan in de kapel samen komen voor de Grote Finale. Welke locaties mogen wij in dit overigens prachtig gemeentehuis nog gebruiken?

Krab, krab, achter het oor van de gemeentefunctionaris,
denk denk,
ja, euh, misschien hier, de refter...”
“Ja prima, ga door, nog, nog...”
“Ok, misschien hier de vergaderruimte...”
“Komaan man, je kan nog meer...”
“Ok, weet je, wij hebben nog een zolder...”
“Jaaah, een zolder, ideaal.”  We worden allemaal al een beetje enthousiast.
“Oh, wacht” roept de lieve man van de gemeente.  “Hier is nog een plaatsje en daar een gang en… misschien krijg ik zelfs de raadzaal geregeld?”
“Jaaah, zo willen we het horen!”
Blij vliegen wij - de bezielers, de functionaris en ik- ,  elkaar in de armen en doen spontaan een vreugdedansje.

“Goed, ga jij dit dan allemaal even regelen als je wil, wij gaan nu blij naar huis.”

Krab, krab...

Over de gemeentefunctionaris van Zoersel niets dan lof!

Een paar dagen later de verlossende mail, carte blanche van het schepencollege.

“We nemen het gemeentehuis gewoon een heel weekend over!”
Zo gezegd,  zo gedaan.

Seg die voorstelling? Oe was da?

Werken met mensen met een beperking, hoe ging da nu?

We hebben allemaal wel een idee hoe dat zou kunnen zijn, we hebben allemaal wel een beeldvorming over hoe zo'n voorstelling dan zou kunnen zijn.

Misschien zouden de spelers allemaal wel verstijven van de stress of in hun enthousiasme van alles gaan doen dat ze nooit in de repetitie gedaan hebben, misschien gaan ze allemaal wel veel te hard staan zwaaien naar hun mama en papa, tegelijkertijd...

Of weglopen, of huilen, of elkaar de kop in slaan, of mijn kop in slaan...

Vertrouw in het  groepsgevoel van de verschillende spelersgroepen, daar heb je zo hard aan gewerkt en met reden. Je hebt de voorstelling zo geconstrueerd dat iedereen veilig is in de dingen die hij of zij moet doen. Je hebt het zo gemaakt dat er mensen zijn die de timing op een ander manier in de hand hebben met bijvoorbeeld licht of geluid.

Vertrouw dat het hele raderwerk als een geoliede machine in elkaar past.

Ik heb mezelf een wens voorop gesteld van dit hele project.

Ons publiek, mama's en papa's, personeel, sympathisanten en toevallige passanten, medewerkers van het gemeentehuis, mensen van de raden van zus en zo die al helemaal geen keuze hebben en nog een paar andere mensen, zeer nieuwsgierige mensen, ooit eens in Monnikenheide werkende mensen,…
ons publiek dus.
Mijn wens was dat na de voorstelling, al was het maar één iemand, naar mij toe ging komen met een lichte verwarde blik in de ogen, mijn hand schudde met de woorden “Ik weet nog niet echt goed wat ik eigenlijk allemaal heb gezien, meegemaakt en gevoeld tijdens de voorstelling, maar ik  kan u alvast melden dat het alles is wat ik absoluut niet verwacht had en dat ik hier nog effekes niet goed van zal zijn. ”

Als ik dat bereiken kon, was ik een heel gelukkig man.

Even gelukkig als alle Monnikenheide bewoners die voor, na en tijdens de voorstelling alleen maar gelukkig waren wanneer ze dat echt waren, want over geluk liegt niemand in Monnikenheide.

Als je daar gelukkig bent, ben je ook écht gelukkig. Echter dan daar, echter dan door mensen met een beperking, bestaat niet.

Om met de woorden van Peter de Graef te eindigen:  kijk naar hen waar we nog veel van leren kunnen. Tijdens de voorstelling gaan ze ons een beetje nadoen, imiteren als het ware.
Echter dan dit wordt het nooit.

Om toch met mijn eigen woorden te eindigen...
Ik ben een gelukkig man.